Jean-Luc Moulène

Endwards

14.12 — 24.02.2014 Solotentoonstelling

Samengesteld door Mihnea Mircan

Deelnemende kunstenaars Jean-Luc Moulène

Extra City Kunsthal presenteert ENDWARDS, een project van de Franse kunstenaar Jean-Luc Moulène. De tentoonstelling is samengesteld rond drie nieuwe producties en bevat een compacte retrospectieve die de genealogieën van de nieuwe werken en terugkerende vraagstukken in de praktijk van de kunstenaar belicht. ENDWARDS kijkt naar de co-extensieve operaties die Moulènes objecten en beelden uitmaken, naar de manieren waarop ze een doorsnede maken van tijd en materialiteit, erosie en resistentie: naar de connectie tussen ‘een lichaam voor jezelf te bouwen’– zoals de kunstenaar de focus binnen zijn eigen werk beschrijft – en zijn radicale ontwijking van een kenmerkende stijl. Zowel in sculptuur als in fotografie, bouwt en documenteert Jean-Luc Moulène situaties die gelijk zijn aan Zeno’s paradoxen: die verdeeldheid zaaien tussen media, genres en hun limieten, of die voor verwarring zorgen tussen auteurschap, delegatie en ‘coproducties’ – met materiaal en omstandigheden.

Eén van de nieuwe commissies, de sculpturale assemblage Usure, refereert naar bouwtechnieken uit de precolumbiaanse architectuur. Eén verklaring voor de robuustheid van hun megalithische muren, zoals die van Sacsahuaman in Cusco, Peru, is het gebruik van een systeem van kranen en katrollen in combinatie met oneindig veel fysieke arbeid om de stenen tegen elkaar te laten schuren totdat ze naadloos op elkaar aansloten, waardoor het gebruik van mortel niet meer nodig was. Usure past deze methodes toe op drie sculpturen van ware grootte: door opvallend georiënteerde roterende en schommelende bewegingen schuren een mannelijke buste, een vrouwelijke figuur en een gier elkaar af tot figuratieve en tijdelijke verzoening. Ergens tussen een collage van antagonistische posities en de metonymie (of overschot) van een krampachtige geschiedenis, snijdt Usure doorheen museologische en politieke ruimtes: het beweegt van ‘discrete objecten’, elk met een eigen bijschrift en vaste rol in verhalen van identiteit, tot ineengestorte onderscheidingen en gekruiste figuren, beiden ongemakkelijk en verstild.

De maquette Pleasure Dome vertrekt vanuit de observatie van de architecturale ruïnes in Griekenland – nieuw of oud, quasimythologisch of laatkapitalistisch, verankerd als relikwieën of overgelaten aan de elementen. Gemaakt van evenveel bakstenen als er nodig zijn voor de constructie van het toekomstige eigenlijke werk (dat 3,20 meter in diameter zal meten), heeft dit model van een ruïne binnenin een intacte koepel die wordt beschermd door een puntige geometrie van bakstenen aan de buitenkant. De twee zijden van het object articuleren een denkbeeldig verhaal over behoud en vernieling, waar het contemplatieve, verzoenende doel van de koepel in contrast staat met de ondoorgrondelijke kracht die de koepel uit een grotere constructie heeft weggerukt, van dewelke de contouren of het doel niet langer onderscheiden kan worden. Als nawoord van dit denkbeeldige narratief dat door het model wordt geactiveerd, moet het eigenlijke werk voor onbepaalde duur ondergedompeld worden in de zee. De Pleasure Dome zal pas af zijn als het ruwe stenenwerk is afgevlakt door het mechanische en chemische proces van de golven.

Een ruimtelijke tekening vervolledigt het trio van scalaire relaties die de tentoonstelling structureren. Dessin asservi reproduceert op schaal van Extra City Kunsthal’s centrale ruimte de intersectie van een cirkel en een ellips op de muren, het plafond, de vloeren en de pilaren. Het werk maakt gebruik van een simpele tuinierstechniek – weliswaar aangepast, maar niet verheven, aan de volumetrische expansie – en resoneert Moulènes reeds lang bestaande interesse in de kronkelige dynamiek van knopen en Borromeaanse ringen. Door volledig gebruik te maken van de beschikbare ruimte en van de theoretische mogelijkheid om uit te breiden voorbij deze ruimte, is het werk een ‘dakloze’ tekening en een plaats van permanente inadequaatheid. Dessin asservi is een site-resistente (in tegenstelling tot site-specifieke) visualisatie: er is geen ruimte waar de tekening ooit kan passen, geen ruimte die geen reductief effect heeft op haar centrifugale versnellingen.

In de tentoonstelling wordt ook La Vigie (2004-2011) getoond, een monumentaal fotografisch essay in botanisch situationisme dat de groei van de buitengewoon veerkrachtige Paulownia Tomentosa in de barsten van de voetpaden en gebouwen in de buurt van het Ministerie van Economie, Industrie en Tewerkstelling in Parijs onder de loep neemt. De beelden onthullen een steeds veranderend landschap van stedelijk bewegingen, van sporen van spelende kinderen tot het fysieke bewijs van antiterroristische waakzaamheid. Daarnaast is ook Ordre en tas te zien, dat een poging tot het ordenen van geometrisch gevonden materiaal relateert aan de chromatische standaardisatie van de balpenneninkt van BIC; en Model for Sharing, Moulènes antwoord op het artificiële, slopende onderscheid tussen de 99 en 1 procent in recente debatten over economische en sociale gelijkheid; alsook krantenprojecten zoals Le Louvre of Objects de Grêve.

ENDWARDS gaat gepaard met een cinemaprogramma, gecureerd in samenwerking met filmhistoricus Gawan Fagard (Universiteit van München). Opgedeeld in enerzijds een wekelijks roterende presentatie van videowerk en anderzijds vijf unieke screenings die in verbinding staan met verschillende thema’s in de tentoonstelling, zoals ‘archeologie’ of ‘assemblage’, zal er werk te zien zijn van filmmakers Kenneth Anger, Hiroshi Teshikahara, Kyle Armstrong, Patricio Guzmán, Anand Ghandi, Duncan Campbell, Clemens von Wedemeyer, Beatrice Gibson, Shahryar Nashat, Akram Zaatari en anderen. Samengesteld door Mihnea Mircan.

De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt dankzij de genereuze steun van Galerie Chantal Crousel, Galerie Greta Meert, Middelheimmuseum Antwerpen, Thomas Dane Gallery en ERG Brussels. Met dank aan Chantal Crousel en Marie-Laure Gilles, Greta Meert en Frédéric Mariën, Sara Weyns, Martine d’Anglejan-Chatillon, Corinne Diserens, Kris Kimpe, Marie-Céline Chevassu, Berten Jaekers, Boris van Heerden, Sofie Dederen, Chris Sharp, Yasmil Raymond en Sophie Berrebi.

Jean-Luc Moulène (1955) leeft en werkt in Parijs. Presentaties van zijn werk waren recent te zien in Beirut Art Center (2013), Modern Art Oxford (2012), Dia Art Foundation, New York (2011-2012), Carré d’art - Musée d’art contemporain, Nîmes (2009), Culturgest, Lisbon (2007), Jeu de Paume en Musée du Louvre, Paris (2005). Hij was ook te zien in groepstentoonstellingen in Sharjah Biennial, CAC Brétigny, Brétigny-sur-Orge, Witte de With, Rotterdam, Biënnale van Venetië en Documenta 10, Kassel. Moulène wordt gerepresenteerd door Galerie Chantal Crousel, Paris, Galerie Greta Meert, Brussels, Thomas Dane Gallery, London, Galerie Pietro Spartà, Chagny, enGa leria Désiré Saint Phalle, Mexico City.

Locatie Kunsthal Extra City - Antwerpen-Berchem, Eikelstraat 25-31, 2600 Antwerpen